Toekomst Omgevingsdiensten spannend

Met de Omgevingswet op komst is de kwaliteit van de Omgevingsdiensten belangrijker dan ooit. Na vijf jaar samenwerken met gemeenten blijkt het niet mee te vallen om onze omgeving afdoende te beschermen. De Brabantse Staten waren op 9 juni 2016 fel op de begrotingen 2018 en meerjarenramingen van de Omgevingsdiensten.

Ruimte geven én verantwoordelijkheid nemen. Hoe doe je dat tegelijkertijd? De Omgevingswet geeft zoveel mogelijk ruimte aan initiatieven van burgers en ondernemers onder het mom (vaak ook hier gebezigd) ‘high trust, high penalty’. Tegelijkertijd blijft de overheid verantwoordelijk voor het behoud van de omgevingskwaliteit. Dat vraagt veel van bestuurders. Hoe vinden en selecteren wij gezamenlijke kansen en belangen, gaan we om met verschillen en tegenstellingen en opereren we verbindend in de samenleving?

Dit ligt in een directe lijn met waar de Brabantse Diensten mee bezig zijn. De ODZOB benoemt de Omgevingswet zelfs als eerste speerpunt voor 2018. Provinciale Staten bogen zich over de begrotingen 2018 en meerjarenramingen van de Brabantse Omgevingsdiensten. GroenLinks waardeert het dat we deze zienswijzen in samenhang mochten bespreken; eerder was dit niet het geval. We hebben als provincie een groot belang in alle drie de diensten, waarbij er zowel verschillen zijn tussen de diensten als overeenkomsten.

Om met de overeenkomsten te beginnen. Daar zijn de zienswijzen van GS helder over. Alle drie de Diensten laten hun begrotingen aansluiten bij de bestuurlijke kaders van de GR-en en het provinciale kader over de verplichte kentallen. Dat is positief. Minder goed nieuws is dat de begrotingen niet aansluiten niet bij de provinciale kaders over de collectieve taken. En GroenLinks deelt het ongenoegen van GS over het ontbreken van kwaliteitsborging, zoals de adviesvaardigheden (zie ook dit artikel).

Verschillen zijn er ook. Zo sluit de begroting 2018 van ODZOB goed aan bij de provinciale kaders over de inverdieneffecten en het weerstandsvermogen, terwijl OMWB dat niet volledig doet en ODBN zelfs helemaal niet. Daarover is werd het nodige gewisseld met GS vanuit de hele Staten, van PVV tot de PvdD.

Prestaties
Provinciale Staten kregen recent informatie toegestuurd van GS n.a.v. een motie van GroenLinks die unaniem door deze Staten werd gedragen. We wilden weten hoe het zat met de Indicatoren VTH in het jaar 2016. De Statenmededeling gaf ons goed inzicht in wat er wel en niet goed gaat bij de diensten. De prestaties wisselen nogal.

Nu we de Zienswijzen voor 2018 gaan formuleren, vroeg GroenLinks aan Gedeputeerde Staten antwoord op een aantal vragen:

Er is een onderschrijding bij toezicht en handhaving, althans in 2016, deels veroorzaakt door een schaarste aan deskundige toezichthouders in het groene domein. Dit is een gedelegeerde provinciale taak vanuit de nieuwe wet Natuurbescherming. We denken ook aan de beheerplannen Natura2000. Die bevatten allemaal een handhavingsparagraaf met doelen. Hoe zit het met de naleving daarvan, hebben de diensten dat ‘top of mind’ en hoe worden wij daar als PS op aangesloten? Worden er concrete stappen gezet in 2018 om deskundige toezichthouders aan te trekken? Bent u bereid in het DB aandacht te vragen hiervoor?
GS herkent onze zorgen. Deskundigheidsbevordering komt veelvuldig en indringend aan de orde in het Dagelijks Bestuur. Hierin werken de Diensten samen met Brabantse opleidingsinstituten en kennisinstellingen, aldus GS.

Er is meer aan de hand. In 2016 is er te weinig besteed aan luchtkwaliteitsmetingen, (voorbereiding op) nieuwe Wet natuurbescherming, monitoring bodem- en grondwatermeetnetten, specifieke bestuursdwangcasussen en samenwerkingsovereenkomsten urgentiegebieden. Allemaal zaken in directe relatie tot onze provinciale taken. Hoe staat het er nu mee? Hoe worden de provinciale belangen geborgd, maakt Gedeputeerde Van den Hout hier een punt van in het DB en kan PS hierop aangesloten worden?

GS probeerde meermaals de bal terug te spelen naar PS. We stellen jaarlijks onze opdracht vast bij de Jaarbegroting. Daar moet het debat gevoerd worden. Hier namen meerdere fracties, waaronder GroenLinks, geen genoegen mee. We hebben niet veel kans in een jaarlijkse begrotingsbespreking om een inhoudelijk debat te voeren met Van den Hout over de Diensten. Dit frustreert de Staten al langer: zo willen we al jaren meer grip op de diensten.

Wij hebben er als provincie inhoudelijk én financieel geen baat bij als onze naar gemeenten gedelegeerde taken maar magertjes uitgevoerd worden. Terwijl het Gemeentefonds door ons wel is aangevuld voor onze specifieke taken.

Dat bracht ons op de gang rond de VVBG-taken in de ODBN. Het College gaf ons als PS een inkijkje in de arbitragezaken van de OMWB. Dit is natuurlijk niet hoe we willen samenwerken in een gemeenschappelijke regeling waarin we onze omgeving willen beschermen.

Toekomst
We vragen ons af als GroenLinks na lezing van de stukken en al onze werkbezoeken: wat wil GS met de Omgevingsdiensten in deze Gemeenschappelijke Regeling? Hebt u daar een visie op: hoe werk je als Brabantse overheden samen aan de omgevingskwaliteit, binnen de verschillen en tegenstellingen die er bestaan? En binnen de bestuurlijke realiteit die spreekt uit voorliggende stukken waarin veel gemeenten sterk voor zichzelf kiezen en niet voor het collectief: is het dan wel verstandig om al die ruimte en al dat vertrouwen te geven vanuit de Omgevingsvisie, als zelfs basale natuur- en milieutaken niet worden ingebracht, expertise nog in opbouw is en meningsverschillen niet zonder arbitrage of financieel handjeklap beslecht kunnen worden?

Daarbij wil GroenLinks ook weten of de Diensten nu bezig zijn met opbouw en borging van hun specifieke domeinkennis: OMWB in het grijze domein, ODZOB in het blauwe domein en ODBN in het bruine domein.

ODZOB vinden we een communicatieve dienst die uitnodigend is naar onze Staten. De Dienst geeft in het begrotingsstuk een goede, rake schets van de provinciale en wettelijke kaders. En een mooie prioritering van taken en verantwoordelijkheden voor 2018, die nauw aansluit bij wat er bestuurlijk en maatschappelijk speelt. Bovendien zijn we aan onze GroenLinkse stand verplicht om een compliment te maken over het CO2-neutraal maken van de dienst.

Maar we missen het Water, terwijl dat toch een bestuurlijk accent heeft bij de ODZOB binnen de drie Diensten. En dat terwijl uit de recente Statenmededeling van Gedeputeerde Van den Hout aan ons blijkt dat tot nu toe de vergunningverlening achterblijft, maar er bovenal er nog een slag te maken is waar het gaat om naleving door ondernemers van de regels: maar 61% onderneemt volgens de waterregels in de vergunning en van de overtredingen is maar liefst 32% ernstig.

Visie
Bij OMWB gaat het juist om BRZO-expertise. In vergelijking met de andere diensten in Nederland met een extra BRZO-taakstelling, heeft OMWB weinig specifieke kennis in huis. De minste van de zes BRZO-diensten, om precies te zijn.

Bij de ODBN missen we een passage over de deskundige toezichthouders in het groene domein. En daarbij de accent op natuur, veehouderij, gezondheid en mestverwerking.

De Gedeputeerde is in gesprek met de Diensten over opbouw en borging van, naast hun reguliere taken en opdrachten, de specifieke kennis van het respectievelijke groene, grijze en blauwe domein.

We kregen een toezegging als Provinciale Staten dat we veel beter worden meegenomen door het jaar heen in proces en inhoud. Dat willen we graag, zeker in dit vijfde jaar van de gemeenschappelijke regeling waarin het sociaal plan afloopt voor de medewerkers.

GroenLinks hoopt dat 2018 een geslaagd overgangsjaar wordt richting Omgevingsvisie waarin echt wérk is gemaakt van omgevingsbewust, gezamenlijk denken en doen.

Lees meer over de motie VTH-indicatoren