De economische motor van Zuidoost-Brabant draait op volle toeren, maar tegen welke prijs? In een recent debat in de Provinciale Staten stond de ‘Uitvoeringsagenda Regionaal Programma Werklocaties’ van Zuidoost Brabant centraal. De politieke discussie ging vooral over de vraag: wanneer is genoeg ook echt genoeg? 

Regie in een oververhitte regio 

Doordat de gemeenteraad van Eersel zich vorig jaar niet kon vinden in de regionale plannen voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen heeft de provincie haar bevoegdheid gebruikt om de plannen voor werklocaties in Zuidoost Brabant formeel vast te stellen. Dit zorgde tijdens de vergadering in het provinciehuis niet voor grote politieke ophef; er is begrip voor het devies ‘even geduld’ zodat de nieuwe gemeenteraad van Eersel met de andere Kempengemeenten samen haar koers kan bepalen. Des te meer ruimte was er voor ons om een fundamenteel gesprek te voeren met de andere politieke partijen over de groeiambities van de regio. 

Brede welvaart versus blind faciliteren 

Een opvallend winstpunt in het debat was de brede steun voor het kritisch bevragen van de groei. Waar voorheen het faciliteren van de economische vraag (het ‘EIB-hoog’ scenario) de standaard was, klinkt nu vanuit vele partijen de roep om nuancering. 

"Brede welvaart gaat verder dan economische groei. Wanneer is genoeg ook genoeg? Faciliteren we economische ambities, of gaan we óók uit van wat de leefomgeving kan dragen?" aldus Daan van den Broek, statenlid namens GroenLinks. 

Onze fracties benadrukten dat de keuze voor maximale groei een enorme wissel trekt op de leefbaarheid en de schaarse ruimte. We moeten voorkomen dat economische belangen het automatisch winnen van maatschappelijke waarden bij de toewijzing van gronden. Zeker in gebieden waar geen probleem is met werkgelegenheid. 

Slimmer benutten in plaats van meer hectares 

Er was in de Staten veel bijval voor de gedachte om de behoefte aan nieuwe hectares te heroverwegen door ook de herontwikkeling van oude terreinen en het principe van meervoudig ruimtegebruik door te rekenen. In plaats van nieuwe bedrijventerreinen in het groen aan te leggen, moet er meer aandacht komen voor het ‘stapelen’ van functies en het moderniseren of transformeren van verouderde terreinen. 

"We moeten de discussie verschuiven van de vraag hoeveel nieuwe hectares er nodig zijn, naar de vraag hoe we de bestaande en nieuwe meters optimaal en slim kunnen benutten." Aldus Fiona Bijl, statenlid namens de PvdA. 

De ‘Zeef’ moet transparant 

Een cruciaal onderdeel van de nieuwe agenda is ‘de zeef’: een methodiek om alleen bedrijven toe te laten die écht iets toevoegen aan de regio. Dus géén grote logistieke bedrijfshal die alleen maar verkeersdrukte veroorzaakt en niets toevoegt aan de regio m.b.t. werkgelegenheid. Wij hebben de gedeputeerde opgeroepen om dit beoordelingskader objectief en transparant te maken. Het mag geen papieren tijger worden; de bereidheid van een bedrijf om zorgvuldig met de ruimte om te gaan (bijvoorbeeld door in lagen te bouwen), moet ook een duidelijke voorwaarde worden. 

De komende tijd blijven wij de vinger aan de pols houden. De focus moet verschuiven van kwantiteit naar kwaliteit, zodat de schaalsprong van de Brainport-regio niet ten koste gaat van de Brabantse leefomgeving. En dat geldt overigens voor álle regio’s wat ons betreft!