Zonnepanelenproject Zuidoost-Brabant: goed, maar kon beter

GroenLinks is al langer voorstander om publieke middelen maatschappelijk te laten renderen. Hoe mooi is het dat dit ook op een financieel gedegen manier kan. Het zonnepanelenproject voor Zuidoost-Brabant bewijst dat het kan.

Leningen worden verstrekt aan gemeenten vanuit middelen die de Provincie heeft ontvangen uit de verkoop van energiebedrijf Essent. Met die lening wordt een zonnepanelenproject gefinancierd op zo’n 5.000 particuliere daken. Een fantastisch maatschappelijk rendement! Én met een financieel rendement beter dan met schatkistbankieren. Het risico is minimaal omdat gemeenten garant staan voor terugbetaling. Kortom, hier is echt sprake van een win-win situatie!

Maar als GroenLinks uitte we bij de behandeling van het voorstel in Provinciale Staten ook een aantal bedenkingen.

In de eerste plaats betrof dat de rol en positie van de service-provider. De deelnemers aan het project, de woningeigenaren en huurders betalen aflossing, rente en een vergoeding aan de service-provider via een lagere stroomrekening. Weliswaar daalt hiermee de netto-last van de deelnemers en ontstaat hierdoor een rendement voor de deelnemers, maar via de vergoeding ontvangt ook de service-provider een rendement. Daar is op zichzelf natuurlijk niks mis mee. Maar GroenLinks vraagt zich af of het rendement van de service-provider niet onevenredig hoog is ten opzichten van dat van de deelnemers.

Een tweede punt betrof de omvang van het project. In het voorstel wordt gesproken over een omvang van maximaal 70.000 zonnepanelen. Onduidelijk is of er harde afspraken met de service-provider gemaakt over de minimale opwekcapaciteit die voor de verstrekte leningen moet worden gerealiseerd. Niet alleen zegt het aantal zonnepanelen op zichzelf niet zoveel. Maar ook de omvang van het project is bepalend voor het rendement van de service-provider; minder capaciteit betekent minder kosten en een hoger financieel rendement, maar door de kleinere omvang van het project een lager maatschappelijk rendement.

In de derde plaats vroegen wij als GroenLinks aandacht voor mensen met een kleine beurs. Hoe wordt deze specifieke groep in staat gesteld om aan het project deel te nemen? Zijn er aparte afspraken met de deelnemende gemeenten gemaakt over een eerlijke spreiding van deelnemers over verschillende inkomensgroepen?

Uit de beantwoording van de Gedeputeerde bleek dat er afgezien van financiële voorwaarden, geen inhoudelijke voorwaarden aan de leningen was gekoppeld. Sterker nog, de gemeenten hadden het project al aanbesteed, vooruitlopend op de leningen van de provincie. Hierop uitte wij harde kritiek. Dat kan natuurlijk niet. De regel is: eerst beleid dan geld. Wat ons betreft is dit eens maar niet weer. Mede onder druk van deze situatie was de gedeputeerde bereid om toe te zeggen opnieuw met de gemeenten in gesprek te gaan om te kijken wat er mogelijk is om specifiek voor de groep mensen met een kleine beurs meer te doen. We zijn benieuwd naar de resultaten van deze gesprekken.