Terug in de jaren ‘70 bij Shell Moerdijk

Geen laadpalen voor de auto’s van de werknemers, een typisch jaren zeventiggebouw zonder zonnepanelen of groene daken, verroeste installaties en schoorstenen en geen enkele intentie om in toekomst bij Shell Moerdijk over te stappen van fossiele naar duurzame energie.

Een bezoek aan Shell voelt alsof ik terug in de jaren ‘70 ben. ”Een deel van onze energie komt wel van een naastgelegen zonnepark”, aldus de apetrotse Shell-medewerker.

Om half negen in de ochtend zijn raads- en statenleden verplicht om naar een veiligheidsvideo te kijken. Deze uit de vorige eeuw stammende video rept over ‘dat veiligheid van de mensen en omgeving de hoogste prioriteit bij Shell Moerdijk heeft.’ Dat veiligheid van de omgeving een multi-interpretabel begrip is, wordt al snel duidelijk.

Als de Omgevingsdienst in het verleden onverwachte bezoeken bracht aan Shell Moerdijk moeten ze ‘toevalligerwijs’ altijd lang wachten in de lobby tot ze daadwerkelijk worden toegelaten tot het terrein. “We zitten dan te wachten op een begeleider om ons werk te doen”, aldus een medewerker van de Omgevingsdienst. “Alleen als we van tevoren melden dat we komen, gaat het vlot, maar dan is het moment van verrassing er natuurlijk niet.”

Op het terrein komt er uit allerlei hoeken en gaten stoom. “Dat is slechts water”, wordt uitgelegd door de medewerker van de Omgevingsdienst, die afhankelijk is van de meetresultaten van Shell voor de controles. “Wij schakelen ook externe bureau's in om een deel van de controle uit te voeren. Wij hebben niet de mankracht als vroeger, noch de middelen om in meetapparatuur te investeren. Voorheen hadden we ruim duizend uur om Shell te controleren, maar tegenwoordig is daar nog maar enkele honderden van over. Hoe minder uren, hoe minder wij kunnen controleren.”

Shell laat trots haar nieuwste camera zien, waarmee ze benzeem kunnen waarnemen. Vele tientallen andere gifstoffen zijn helaas nog niet te meten. “Die investeringen zijn enorm voor ons”, aldus de Shell-medewerker, die benadrukt dat de ‘benzeemcamera’ al een ton kost. Dat er slechts enkele op het immense terrein aanwezig zijn, fronst bij mij de wenkbrauwen. “Hebben jullie ook drones die over het terrein vliegen om het hele terrein te controleren”, vraag ik vervolgens. “Nee, zulke innovaties vergen grote investeringen. We denken er wel aan, maar zo ver zijn we nog lang niet.”

Te fiets trekken we eind van de ochtend met zijn zessen over het terrein bij Moerdijk. Ik had verwacht dat Shell verantwoordelijk was voor duizenden banen in ons Brabant, maar het blijken er zo’n 800 te zijn. Of die, in mijn ogen beperkte, economische meerwaarde voor de provincie opweegt tegen de vervuiling die Shell in de regio veroorzaakt, vraag ik me sterk af. Zeker omdat Shell in een andere tijd lijkt te leven in Moerdijk, een wereld waar plastic en olie nog als kronen op een voetstuk staan.