Jade op de Biobeurs

De grootste beurs voor biologische voedselproductie in Europa is de Biofach in Duitsland. Statenlid Jade van der Linden ging mee met een tweedaags bezoek georganiseerd door de Provincie en de Stuurgroep Landbouw Innovatie Brabant. Ze vertelt over haar ervaringen. ‘Ik stond versteld. De sector is zo groot en divers. Daar kunnen we in Brabant nog heel wat van leren.

12 februari

Om 8.00 verzamelden we in Den Bosch om met een bus richting Frankfurt te rijden. We zaten met een heel divers gezelschap in die bus, maar iedereen had wel iets te maken met biologische landbouw. Onderweg stelden iedereen zich voor en kregen we een presentatie waar wij als Brabant op dit moment staan op het gebied van biologische landbouw.
Het eerste bedrijf dat we bezochten was Dottenfelderhof (www.dottenfelderhof.de). Een biologisch-dynamisch gemengd agrarisch bedrijf met een woonwerkgemeenschap. Ook hadden zij zelf een kaasmakerij, bakkerij, natuurvoedingswinkel, lunchroom en bieden zij onderwijs aan. Het bedrijf is in staat al haar producten direct af te zetten aan de consument wat zorgt voor korte ketens. De locatie van dit bedrijf was hier dan ook uitstekend voor. Dottenfelderhof ligt op 15 minuten rijden van de grote stad Frankfurt en zorgt voor een hoge vraag. Deze vraag naar lokale biologische producten is iets waar waarschijnlijk veel Nederlandse boeren jaloers op zijn.

Groepsfoto op Dottenfelderhof

Het tweede bedrijf dat we bezochten was Remlinger Rueben (https://www.remlinger-rueben.de). Een biologisch akkerbouwbedrijf dat uien, aardappelen penen verbouwt en verpakt. Door zelf te verpakken, kunnen zij direct aan winkels in de regio leveren. Aan het einde van het bezoek kregen we een presentatie over het duurzaam gebruik van water door ‘druppelirrigatie’ toe te passen. Iets waar ik me de komende tijd zeker verder in wil verdiepen.

Bij Remlinger Rueben geen gebrek aan wortelen, uiten en aardappelen

We reden verder naar het hotel, waar we na het avondeten een presentatie kregen hoe de Duitse markt van biologische voedingsproducten eruit ziet en wat de ontwikkelingen zijn. Ook spraken we over wat de kansen voor Nederlandse leveranciers in Duitsland zijn. Want hoe je het ook went of keert, in Duitsland is de biologische sector veel groter, ook wanneer je kijkt naar het percentage biologisch areaal ten opzichte van de het totaal aan landbouwoppervlakte. We sloten de dag af met een vooruitblik op de volgende dag: de Biofach.

13 februari: de Biofach

De hele donderdag stond in het teken van de Biofach. We kregen een rondleiding langs meerderen Nederlandse en Brabantse bedrijven die zichzelf presenteerde op de beurs. Ook was er tijd om zelf op pad te gaan. Ik stond versteld. De sector is zo groot en divers. Eigenlijk moet je de tijd nemen om twee a drie dagen rond te dwalen, Nederlandse en juist ook internationale bedrijven spreken om er echt achter komen waar de kansen liggen op onze Brabantse markt. Wat wij, als provincie, zouden kunnen bijdragen. Zodat wij blokkades voor agrariërs die willen schakelen wegnemen, evenals obstakels die al omgeschakelde, biologische, bedrijven ervaren.

Een foto van een paar Nederlandse ondernemers op de Biofach

Conclusie

Ik heb deze twee dagen veel geleerd van de andere deelnemers en veel geleerd van wat ik gezien en gehoord heb tijdens de bedrijfsbezoeken, op de beurs en tijdens de presentaties. Het is ontzettend mooi om te zien hoe deze mensen en bedrijven streven naar het produceren van goede producten in balans met hun omgeving. Op de vraag hoe wij het biologische marktaandeel een boost zouden kunnen geven, heb ik nog geen volledig antwoord, maar er liggen zeker kansen. Ik zal me blijven inzetten voor de sector en ik ga verder met de zoektocht naar het antwoord op die vraag. De fractie van GroenLinks zal blijven zoeken naar manieren om deze voorlopers te ondersteunen.

Heb je naar aanleiding van deze terugblik vragen of heb jij informatie die ons kan helpen, mail Jade (jvdlinden@psbrabant.nl).