Duidingsdebat 22 november 2019

Het Brabantse bestuur is vijf maanden onderweg. In die vijf maanden is één thema dominant geweest boven de andere: stikstof. Een thema dat GroenLinks Brabant behoorlijk vertrouwd is. De stikstofdiscussies van nu zijn een echo van vele discussies uit het verleden.

 

Den Bosch, 25 februari 2010.

GroenLinks Brabant is tegen het convenant dat Gedeputeerde Staten heeft afgesproken met de intensieve veehouderij om de stikstofbelasting in concentratiegebieden als De Peel terug te dringen. In dit convenant erkent GS dat de stikstofproblematiek het grootste probleem is in zogeheten Natura 2000-gebieden. Volgens fractievoorzitter Johan Martens biedt dit convenant geen oplossing om uitstoot aan stikstof tot acceptabele proporties terug te brengen. “Het convenant gaat uit van een stikstofbelasting van 1.500 mol als einddoel in het jaar 2027. GroenLinks vindt dat onacceptabel. Op de eerste plaats is sprake van een veel te lange periode. Op de tweede plaats dient een acceptabele stikstofbelasting terug gebracht te worden tot 400 mol. Dat is dus bijna vier keer minder.”

GroenLinks vindt verder dat voor alle gewijzigde en nieuwe activiteiten binnen de intensieve veehouderij een adequate vergunning noodzakelijk moet blijven. Een depositiebank is niet toereikend, omdat deze mogelijkheden biedt aan individuele bedrijven om flink uit te breiden. Dat betekent dat het aantal dieren in De Peel weer kan toenemen. Genoeg reden voor GroenLinks om tegen dit convenant te zijn. In het plan is weliswaar opgenomen dat de stikstofdepositie in De Peel zal worden verlaagd van ruim 3.200 naar 1.500 mol per hectare per jaar. Maar dit wordt uitgesmeerd over maar liefst drie beheerplanperioden tot aan 2027. De uitkomst van 1.500 mol is nog veel hoger dan de kritische depositie van 400 mol. Reductie van stikstof is noodzakelijk om verzuring van de bodem en verlies aan biodiversiteit tegen te gaan.

Bovendien mag de voorgestelde 1.500 mol per hectare worden bereikt ongeacht het aantal dieren. Niet uitgesloten is dat de veestapel in De Peel de komende 18 jaar nòg verder zal toenemen als er nog betere staltechnieken worden toegepast. Ook is het nog maar de vraag of de voorgestelde 1.500 mol zal worden gehaald.

Tot slot vindt GroenLinks het niet acceptabel dat er nog meer dieren gehouden gaan worden in een regio die nu al tot de zwaarst belaste streken van ons land behoort. Om nog maar te zwijgen van de aantasting van het landschap, nog meer mest, nog meer fijnstof, nog meer verkeer en nog meer lawaai. En zeker niet als laatste punt: het gevaar voor de volksgezondheid. Het ophopen van deze enorme hoeveelheden dieren in een gebied met zo'n hoge bevolkingsdichtheid; dat is vragen om moeilijkheden.

Voorzitter, dit zijn ware woorden gebleken in een jaar waarin de Q-koorts veel slachtoffers maakte. De foto’s in de hal van het provinciehuis tien jaar later zijn daarvan stille getuigen.

In de Peelregio is sindsdien het aantal varkens, koeien, schapen, geiten, nertsen en konijnen sterk gestegen. De kritische depositie op De Peel ligt tegenwoordig om en nabij de 4.000 mol, tien keer hoger dan wat de hoogveennatuur kan dragen.

We laten na de omgeving voldoende te beschermen en Brabant fatsoenlijk door te geven aan de volgende generaties. Dat, voorzitter, dat is waarom we willen vasthouden aan afspraken om deze bestuursperiode duurzaam en onomkeerbaar stappen te zetten naar een volhoudbare economie en samenleving.